Blog

maandag 2 juni 2014

Schaliegas: conceptnotitie milieuonderzoek ter inzage, iedereen kan zienswijze indienen

Schaliegas is een heet hangijzer. Ook in Nederland is het de bedoeling dat onderzocht wordt of en waar er in Nederland schaliegas kan worden gewonnen als mogelijke nieuwe energiebron. Maar er kunnen ernstige (milieu-)gevolgen aan zijn verbonden voor mens, natuur en  milieu. Dus ook voor u en uw omgeving.

De minister van Economische Zaken ontwikkelt, samen met de minister van Infrastructuur en Milieu, een structuurvisie schaliegas die begin 2015 klaar is. De structuurvisie zal aangeven of en zo ja waar in Nederland mogelijk schaliegas gewonnen kan worden met zo min mogelijk overlast voor mens, milieu en natuur.

Voordat de structuurvisie schaliegas kan worden geschreven, moet er eerst onderzoek worden gedaan naar de milieurisico’s en gevolgen van schaliegaswinning. Dit gebeurt met een zogeheten milieueffectrapport (plan-MER). Hoe de overheid dit onderzoek wil uitvoeren, staat in de conceptnotitie reikwijdte en detailniveau. Op deze conceptnotitie mag iedereen reageren. Dit heet een zienswijze.

Wilt u weten wat de gevolgen van schaliegas voor u en uw omgeving kunnen zijn en wilt u daar inspraak in hebben, dan kan dat. Van donderdag 29 mei tot en met woensdag 9 juli 2014 kan iedereen een zienswijze indienen tegen de ‘conceptnotitie reikwijdte en detailniveau’.

Bron: Ministerie van Economische Zaken

Wilt u een zienswijze indienen, maar doet u dat liever met juridische hulp, dan kunt u vrijblijvend een afspraak met mij maken, telefonisch via 0513-460600 of per email: info@advocatenkantoorhoen.nl


maandag 26 mei 2014

Onteigening: voor waardebepaling telt verwachte bestemmingswijziging omgeving mee

De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan over de vraag of bij de waardebepaling voor de vergoeding van het onteigende gebied ook rekening mag worden gehouden met de toekomstige bestemming.

Voor de aanleg van een omleiding van de provinciale weg N219 is het bestemmingsplan “Omleidingsweg N219” vastgesteld. Het onteigende heeft in dit bestemmingsplan de bestemming “verkeersdoeleinden”, terwijl in het voordien geldende bestemmingsplan “Zevenhuizen Landelijk Gebied” op het onteigende de bestemming “agrarische doeleinden” rustte. De rechtbank heeft, conform het advies van de deskundigen, de schadeloosstelling voor de eisers vastgesteld op € 301.030,--, te vermeerderen met een bedrag van € 28.300,-- aan zekerheid, met rente. De eisers zijn van mening dat door de rechtbank een te laag bedrag is bepaald. Volgens de eisers had het bestemmingsplan “Omleidingsweg N219” moeten worden weggedacht, zodat het onteigende ook een verwachtingswaarde heeft in verband de ten oosten van het onteigende gelegen gronden die in het nieuwe bestemmingsplan “Zuidplas West” de bestemming “Woongebied - Uit te werken Ringvaartdorp” is gegeven. Hierdoor zou de waarde van het onteigende volgens de eisers moeten worden vastgesteld op een aanzienlijk hoger bedrag. Het Hof is het hier niet mee eens. De Hoge Raad wel:

"Het hof heeft geoordeeld dat bij het bepalen van de waarde van het onteigende in het onderhavige geval, geen rekening mag worden gehouden met een mogelijke toekomstige wijziging van de gebruiksmogelijkheden van de omringende gronden. Het heeft meer specifiek overwogen dat geen rekening mag worden gehouden met de verwachting dat het onteigende een woonbestemming had kunnen krijgen, omdat het onteigende geen onderdeel uitmaakt van een complex. Aldus heeft het hof miskend dat dat de waarde van het onteigende mede wordt bepaald door een voldoende reƫle verwachting over een wijziging van de bestemming van het onteigende, waarvan ook sprake kan zijn indien deze verwachting haar grond vindt in een verwachte wijziging van de bestemming van omringende of aanliggende gronden. Dit geldt ook indien het onteigende geen onderdeel uitmaakt van een complex waartoe mede de omringende of aanliggende gronden behoren."

De Hoge Raad heeft niet alleen geoordeeld dat bij de waardebepaling van het onteigende  rekening moet worden gehouden met een verwachte bestemmingswijziging van het onteigende zelf, maar ook met de verwachte bestemmingswijziging van omringende of aanliggende gronden, zelfs als het onteigende hiervan geen onderdeel uitmaakt.

Bron: Hoge Raad 14 februari 2014 ECLI:NL:HR:2014:326